Mondkapjes

Mondkapjesplicht/ advies

Vanaf 1 december 2020 is het dragen van niet-medische mondkapjes wettelijk verplicht in het voortgezet onderwijs en vanaf 8 februari 2021 een dringend advies voor de “oudere” leerlingen in het primair onderwijs.

Voor het gebruik van mondkapjes ontbreekt echter de wetenschappelijke grond terwijl het wel schadelijk is voor de fysieke en mentale gezondheid.

Carla Peeters, immunologe

“het dragen van mondkapjes door jongeren kan levensbedreigend zijn, de kans op infecties wordt aanzienlijk verhoogd, er treedt vergiftiging op en intoxicatie, met alle mogelijke gevolgen en schade van dien”.

De WHO beschrijft in haar interim-rapport van 5 juni 2020 meer negatieve aspecten voor het dragen van mondkapjes dan positieve effecten. De conclusie in het WHO-document ‘Advice on the use of masks in the context of COVID-19: interim guidance, 5 June 2020’, dat op basis van wetenschappelijke literatuur en gesprekken met experts is samengesteld, luidt: “Op dit moment is er vanuit wetenschappelijk onderzoek geen direct bewijs dat het dragen van mondkapjes effectief is in het verminderen van de verspreiding van virussen die bovenste luchtweginfecties veroorzaken, ook niet voor het SARS-CoV-2-virus.”

Een overzicht van enkele van de schadelijke effecten van mondkapjes kunt u hier terugvinden.

Rol van de overheid

De Staat heeft een mondkapjesregeling in het leven geroepen die aantoonbaar schade toebrengt aan mensen, scholieren nadrukkelijk daaronder begrepen, zonder voorafgaand gedegen en zorgvuldig onderzoek te doen. Er wordt alleen over een ‘gedragsexperiment’ gesproken waarbij het OMT en de staat geen enkel valide argument hebben aangedragen voor het nut hiervan.

Schending van rechten

Rechters over de hele wereld spraken zich inmiddels uit over de aantasting van grondrechten, recent nog in Oostenrijk, België en Duitsland. Aangaande Nederland gaat de mondkapjesplicht in tegen:

  • Artikel 10 GW: het recht op eerbiediging en bescherming persoonlijke levenssfeer;
  • Artikel 11 GW: het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam (zelfbeschikkingsrecht);
  • Artikel 8 EVRM: het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven;
  • Artikel 3 IVRK: voorrang voor het belang van het kind;
  • Artikel 28 IVRK: het recht op onderwijs;
  • Artikel 29 lid 1 sub a IVRK: onderwijs gericht op volledige ontplooiing van het kind;
  • Artikel 12 IVESC: het recht op lichamelijke en geestelijke gezondheid.

GW: Grondwet
EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
IVRK: Verdrag inzake de rechten van het kind
IVESC: Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

De overheid kan niet zonder meer fundamentele grondrechten inperken. De essentie van een democratische rechtstaat is immers dat grondrechten moeten worden eerbiedigt, een beginsel dat ook, of misschien wel juist, in moeilijke tijden bewaakt moet worden.

Ook de Nederlandse orde van advocaten sprak zich kritisch uit. Zij stelt onder meer vast, dat de belangen van jongeren nauwelijks zijn meegewogen in het beleid, dat er geen pedagogische toets is geweest en dat de bewijzen dat de maatregelen grote schade berokkenen aan met name ook minderjarige kinderen, zich opstapelen.

Verhalen uit de praktijk/ hoe gaat het op scholen

Veel scholen zijn veranderd in plaatsen waarbij de woorden straf, schuld, discipline, etc. prevaleren boven kennis, kunde en geborgenheid waarbij er gedreigd wordt met bureau Halt, politie en of andere sancties als onze kinderen niet “in de pas” lopen. Vele praktijkvoorbeelden hiervan zijn door ons ontvangen van leerlingen, onderwijspersoneel en ouders. Deze kunt u terugvinden onder “verhalen”. Naast de verhalen welke door ons zijn ontvangen is er door het Meldpunt mondkapjes een zwartboek opgemaakt welke gecombineerd met “onze” verhalen gedeeld is aan de leden van de tweede kamer.

Het Kort geding

Daar “gewoon” overleggen met de scholen niet meer lukte hebben wij ons genoodzaakt gevoeld tot het nemen van stappen de staat met als doel het ongedaan maken van de mondkapjesplicht binnen het onderwijs.

Een van deze stappen was een gesprek met afgevaardigden van het ministerie op 13 januari 2021 waaruit de volgende conclusies naar voren kwamen:

  • Niet bij machte te zijn verandering te weeg te brengen;
  • dat het een zaak van het OMT en het kabinet is;
  • niet op de hoogte te zijn van de wetenschappelijke onderbouwingen;
  • de situatie op de scholen niet te herkennen.

Aangaande dit gesprek hadden wij geen andere redelijke optie meer dan om de stat te dagvaarden in kort geding.

Kijk voor meer informatie op de pagina: het kortgeding!